In de Beroepsoriënterende fase (BO) lopen leerlingen 1 tot 3 dagen per week stage. Leerlingen kunnen zelf met voorstellen voor stageplaatsen komen. Ook de stagebegeleider helpt bij het vinden van stageplekken die passen bij de interesses en passies van de leerling.
Elke 5 tot 6 maanden gaan leerlingen naar een andere stageplek, zodat ze verschillende beroepsrichtingen leren kennen. Als duidelijk is wat voor werk ze leuk vinden en waar ze goed in zijn, kiezen ze een beroepsrichting.
Tijdens de stages komen dezelfde competenties aan bod als tijdens VIJF, maar nu in de echte wereld. Vooraf worden er afspraken gemaakt:
- Wat is de begin- en einddatum van de stage?
- Op welke dagen is de stage? (In de Beroepsoriënterende fase meestal maandag en dinsdag.)
- Wat zijn de werktijden?
- Welke kleding is er nodig?
Dit alles wordt vastgelegd in een stagecontract, dat wordt ondertekend door het stagebedrijf, de stagedocent, de leerling en de ouder(s)/verzorger(s). Pas als iedereen getekend heeft, kan de stage beginnen.
Verzekering tijdens stage
Voor schade die een leerling aan spullen van het stagebedrijf veroorzaakt heeft de GSF een aanvullende dekking op haar verzekeringen. Een stagiair is juridisch gezien een soort medewerker van het stagebedrijf, ook al is er geen arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat het stagebedrijf wettelijk gezien aansprakelijk is voor alles wat er tijdens een stage gebeurt. Stagebedrijven moeten dus zelf eveneens goed verzekerd zijn en dit spreken we ook zo met ze af.